2.1 Uitgangspunten
Het doel van ons onderwijs is dat de kinderen een zo hoog mogelijk, bij het kind passend, niveau bereiken. In de groepen wordt zowel klassikaal als gedifferentieerd gewerkt. We proberen kinderen zoveel mogelijk op hun eigen niveau aan te spreken.
Dit geldt zowel voor de kinderen die wat extra aandacht nodig hebben, als voor “meerkunners”. Hulpmiddelen hierbij zijn onder andere extra leerlingbegeleiding, een goed leerlingvolgsysteem en het blijven ontwikkelen van een goed klassenmanagement ( de organisatie binnen de groep) middels het G.I.P. model.
Wat is het G.I.P.model?
Het GIP-model is aanvankelijk ontwikkeld voor het speciaal onderwijs.
Het is een aanpak waarin wordt toegewerkt naar meer tijd voor gepland handelen van de leerkracht en naar het vergroten van de mogelijkheden voor differentiatie en een toenemende zelfstandigheid van de leerlingen voor plannen en beoordelen van het eigen gedrag.
GIP staat voor Groepsgericht en Individueel gericht Pedagogisch en didactisch handelen van de leerkracht.
De inhoud van het GIP model bevat de volgende 5 thema’s:
- Sociaal
- Emotioneel
- Instructie
- Zelfstandig plannen
- Organisatie
Het GIP model heeft tot doel om:
A: het zelfstandig werken te bevorderen, we denken hierbij aan:
- uitgestelde aandacht
- inzicht in eigen kunnen
- overzien van taken
- plannen van taken
- beoordelen van jezelf
- zelf problemen op kunnen lossen
- problemen met de leerstof kunnen oplossen
- problemen in omgang met anderen kunnen oplossen
B: bij leerkrachten het systematisch contact met leerlingen te onderhouden en te bevorderen door:
- klassenorganisatie beter op de leerlingen af te stemmen
- pedagogische benadering te verbeteren
- individuele aandacht en hulp kunnen geven
- diverse instructievormen kunnen hanteren
- reflectie bewerkstelligen door middel van klassenconsultaties en eventueel video-opnames.
C: bij Intern begeleidster en schoolleider het contact met de leerkrachten te bevorderen door:
- begeleiding doormiddel van klassenconsultaties.
Tijdens de klassenconsultaties wordt er altijd gekeken naar:
- Is de inrichting van het lokaal voldoende om zelfstandig werken te bevorderen?
- Bevordert het leerkrachtgedrag het zelfstandig werken?
- Worden de GIP afspraken nageleefd en geconsolideerd?
- Komt in leerling-gedrag autonomievergroting tot uiting?