Pestgedrag

Een van de drie eerder genoemde kapstokregels die wij op school hanteren, heeft betrekking op het omgaan van kinderen met elkaar en dat ieder kind zich veilig moet voelen op onze school. Een kind dat zich veilig voelt, ontwikkelt zelfvertrouwen en een goed gevoel van eigen waarde. Wanneer een kind echter gepest wordt, verdwijnt dat zelfvertrouwen en het kind voelt zich letterlijk ‘in een hoekje gedrukt’.

Wat is pesten?

Het is belangrijk pesten niet te verwarren met plagen. Ruzie of plagen komt in een groep leerlingen dagelijks voor. Het behoort tot het natuurlijke gedrag van mensen en dus ook tot dat van kinderen.

Plagen is een meer tijdelijk iets, is eenmalig in deze vorm, heeft geen structurele kenmerken, is situatiegebonden, en niet op personen, maar meer op gedragingen van personen gericht. Plagen is ook wederzijds, het gaat over en weer en berokkent geen blijvende schade aan kinderen. Pestgedrag is gedrag dat zich structureel en systematisch herhaalt en gericht is op één of enkele specifieke personen.

Het is pesten als een kind zich niet kan verweren en als het als kwetsend wordt ervaren door het kind zelf.

Plan van aanpak

In de eerste plaats geldt het gezegde dat voorkomen beter is dan genezen. Door een preventieve aanpak wordt voorkomen dat pesten een probleem kan gaan worden en door goede signalering van pestgedrag kan tijdig worden gestart met een directe aanpak van het pesten.

De preventieve aanpak houdt in:

Dat we een klimaat creëren waarbinnen pesten geen normaal gedrag is en met behulp van groepsregels spreken we met de kinderen af hoe we ons ten opzichte van elkaar gedragen. We zien pesten als een serieus probleem en zorgen dat de leerkrachten vaardigheden hebben opgedaan in signaleren en bestrijden van pestgedrag.

Signaleren van pestgedrag

Als pesten zich voordoet, moeten leerkrachten, ouders en medeleerlingen dit kunnen signaleren. Een aantal signalen van pestgedrag kan bijvoorbeeld zijn:

buitensluiten, opmerkingen maken over kleding of uiterlijk, bezittingen afpakken of nooit de echte naam van een leerling gebruiken, maar een bijnaam.

Bij kinderen die gepest worden, kunnen gedragsveranderingen optreden. Ouders en leerkrachten moeten daarom alert zijn op deze signalen.

De directe aanpak houdt in:

Kleine plagerijen worden met en door de kinderen zelf afgehandeld, we nemen het pestprobleem op school serieus en nemen direct een duidelijke stelling tegen het pestgedrag.

Het gepeste kind kan rekenen op de hulp van de leerkracht en aan de pester(s) wordt duidelijk gemaakt welk gedrag niet wordt geaccepteerd en waarom we het niet accepteren. Ook maken we op onze school een duidelijk onderscheid in activiteiten gericht op:

1. het gepeste kind

2. de pester

3. de medeleerling(en)

4. de leerkrachten

5. de ouders

Pestprotocol

Middels een pestprotocol wordt duidelijk waar we met elkaar voor staan en wat we doen ter voorkoming en bestrijding van pesten in onze school. Het pestprotocol wordt aan het begin van het schooljaar binnen de groep samen met alle kinderen besproken en opgesteld. In ieder lokaal worden de afspraken duidelijk zichtbaar opgehangen. Deze regels variëren per leeftijdsgroep. Alle kinderen zetten hun naam onder de pestregels. Op deze manier staan ze achter de regels en kun je ze er op aanspreken als ze de regels overtreden. Als ze de regels te vaak overtreden, volgen er gesprekken en wordt er contact opgenomen met de ouders van de ‘pester’ en de ‘gepeste’.