Een langer touw voor de bel

In de lerarenkamer zitten Lyndsey Commandeur, Justa van der Vlerk, Lieke Weijdt, Veerle van der Geest, Raven van Overmeeren en Juul van Melis. Ze vormen de leerlingenraad en ze zijn bij elkaar voor de eerste vergadering van het jaar. Elias Marseille is er ook, hij is met zijn achttien jaar het jongste gemeenteraadslid en zat, voor hij afgelopen jaar zijn VWO-diploma haalde, in de leerlingenraad van OSG De Hogeberg. Hij leert de meisjes vergaderen en hij leert ze politieke trucjes. Ze wachten op juf Sjak. Juf Sjak is onderweg, je hoort het aan het geluid van haar voetstappen op de gang.

Veerle zit al klaar met haar laptop. Zij notuleert vandaag. Dat doet elk lid een keer, net zoals iedereen een keer de vergadering voorzit. Vandaag is dat Raven. Ze krijgt een schroevendraaier om mee op tafel te tikken, want de voorzittershamer is zoek. Ze probeert het uit, het maakt genoeg herrie. De vergadering is geopend.

Het eerste agendapunt gaat over het uitgeven van € 100,-. Zoveel geld heeft een groep mensen aan meester Nick gegeven nadat ze de school hebben geleend voor een vergadering. Meester Nick heeft bedacht dat dat bedrag gebruikt mag worden om speelgoed te kopen voor het grote plein. Na de toetsenweek gaan ze aan de andere kinderen vragen wat ze het liefst willen. Hoepels misschien, of stelten.

Daarna gaat het over de schoolbel. Niet alle kinderen zijn lang genoeg om de bel te luiden, dus wil de leerlingenraad graag een langer touw. Juul is naar meester Nick geweest, maar hij vond het geen goed idee, omdat er dan misschien kinderen zijn die ’s nachts gaan bellen. Daarmee lijkt het even afgedaan, totdat Elias vraagt: “Maar zijn jullie het ook eens met meester Nick?”. Nee, dat zijn ze niet. Ze besluiten meester Nick te halen, dan kunnen ze hem meteen vertellen dat ze het geen goed argument vinden.

“Mag het touw langer? Want er is nog nooit iemand geweest die ’s nachts de bel geluid heeft, terwijl er nu ook genoeg kinderen lang genoeg zijn om dat te doen”, zegt Lieke. Meester Nick knikt. “Dat is waar, jullie hebben gelijk. We proberen het tot de voorjaarsvakantie”, zegt hij. “Mijn opa heeft hele mooie dunne oranje touwtjes op zijn boerderij!’, zegt Lyndsey, “Morgenochtend voor school ga ik er een vlecht van maken en dan kan die aan de bel.” Dat vindt iedereen een goed idee.

In de ideeënbus, die elke dag op de gang staat, zit een briefje met de vraag waarom leerlingen van de bovenbouw niet op het plein van de kleuters mogen spelen. Sommige kinderen vinden dat ongezellig. Het kan best anders, vindt de leerlingenraad, als maar niet alle grote kinderen tegelijk op het kleine plein gaan spelen. Ze besluiten het voor te stellen aan een paar juffen en m

eesters. Ze noemen er een paar op: allemaal juffen en meesters die waarschijnlijk wel voor zijn. “Maar misschien zeggen de juffen en meesters die ertegen zijn dan alsnog nee. Wat doen jullie dan?,” vraagt juf Sjak. “Weet je wat slim is?”, zegt Elias: “Als jullie alvast rondvragen, weten jullie hoe erover gedacht wordt. En dan kunnen jullie alvast een oplossing verzinnen voor de bezwaren die er zijn. En dan denken ze: ‘Zo, zo, die hebben er goed over na gedacht!”. “Dat we het maar twee keer per week doen bijvoorbeeld”, zegt Justa. “En dat niet alle grote kinderen tegelijk daar spelen”, zegt Juul. “ Precies!”, zegt Elias, “Als iedereen dan even opschrijft wat de meesters en de juffen zeggen, kunnen jullie een vet goed plan bedenken.” Dat gaan ze doen. En dan is het pauze.